Kanovereniging “De Zwetplassers” werd op 23 mei 1935 opgericht. Het initiatief hiertoe werd genomen door J.A. Vens. Samen met de heren J. Lagrand, C. Woudt, J. Keijzer en G. Slooten werd op genoemde datum in het Kanostation van Jb. Keijzer, gelegen aan De Poel (het tegenwoordige “Wero-meri”) de oprichtingsvergadering gehouden. Hier vond de met 17 leden startende club ook haar eerste onderkomen.
De Zwetplassers kozen vervolgens in het eerste bestuur:
Voorzitter Jo Vens
Secretaris Jan Legrand
Penningmeester Cor Woudt
2e voorzitter Cees de Vries
Commissaris Muus Gelder
Door meningsverschil met de eigenaar van het Kanostation, werd al spoedig naar een ander onderkomen gezocht. Dit werd gevonden, even ten zuiden van het Kanostation, in een kolen- loods van de firma J. Gravesteijn. (nu staan daar de opstallen van kajakcentrum Arend Bloem).
Het ledental groeide gestaag en de club wijdde zich al meer aan het organiseren van “betrouwbaarheidstochten” en wedstrijden. Zij trad alras toe tot de Nederlandse Kano Bond.
De gedachte aan het hebben van een eigen clubhuis, bracht de aktieve kern van de vereniging tot het ontwikkelen van veel initiatieven om voor dit doel gelden bijeen te krijgen (bazars, loterijen, obligaties, enz.).
Getekend en omschreven werd een houten gebouw van 7 x 15 meter, waarin gesitueerd “twee kleedkamers met toilet, vergaderlokaal en bergplaats”.
Aanbesteding door tien plaatselijke ondernemers vond plaats op 12 februari 1937. Het bestuur schrok dermate van de op tafel gelegde bedragen (de hoogste fl. 2.221,=, de laagste fl. 1.793,=), dat besloten werd om “de gunning aan te houden”. De Zwetplassers gingen zelf aan de slag…! Op 12 april 1937 gingen de eerste palen de grond in.
Een locatie werd gevonden achter de voormalige ijsbaan,in de zuidoosthoek van “de Poel”, waar een stukje land werd gepacht van “de Weesvaderen”. Enige jaren eerder was, zo’n 30 meter verderop het openluchtzwembad “Het Zwet” opgericht, eveneens geheel van hout op- getrokken. De toegang tot deze accommodaties liep over “het Zwembadpaadje” (nu staan daar de drive-inwoningen van de Talingstraat). Ons nieuwe onderkomen deed het leden aantal naar de zestig stijgen.
Het zou nog lang duren voordat er voorzieningen als elektra en stromend water voorhanden kwamen. In 1949 werd door eigen leden 500 meter spitwerk verricht voor het leggen van een elektriciteitskabel. Twee jaar daarna groeven onze leden langs het Zwembadpaadje een geul voor de waterleiding. Tot die tijd werd drinkwater in een melkbus gehaald bij ons lid Dirk Koeman aan de Dorpsstraat.
In 1953 werd de clubkamer “gemoderniseerd”. Een extra wand met schuifdeur scheidde het “vergaderlokaal” van de kleedkamers, er kwamen vaste banken en een schouw met kachel. De doorgetrokken waterleiding vanaf het zwembad maakte, dat er ook een douchevoorziening kwam, één cel voor zowel de dames als de heren, met schuifdeuren vanuit beide kleedkamers.
In 1959 werd ons botenhuis naar het westen uitgebreid met 3 meter. Het ledental groeide mee, tot over de honderd.
In de jaren ’70 begon het bestuur serieus te denken aan Nieuwbouw. De financiering hier- voor (en deden onze voorgangers al niet anders?) moest komen van de enorme inzet van be- stuur en leden. Naast het aanboren van fondsen en subsidies, is er veel en inventief gezocht naar mogelijkheden om met die eigen leden een flink deel van het benodigde kapitaal te ver- werven. Ook aan de eigenlijke bouw werden door jong en oud vele duizenden uren arbeid geleverd.
Mei 1978 werd de nieuwe accommodatie, naar een ontwerp van Cees van der Lingen, officieel geopend. Nieuwe leden, waaronder veel jeugd, stroomden toe. Bij ons halve-eeuwfeest in 1985 stond de teller op 210 leden en moest een ledenstop worden ingesteld.