Kanopolo

Kanopolo (ook wel kajakpolo genoemd, in Vlaanderen bijvoorbeeld) is een water– en balsport, die kan worden beschouwd als een combinatie van kanoën en waterpolo.

Het verschil met waterpolo is dat de spelers in een kajak zitten en dat de doelen boven het water hangen. Het is de bedoeling, net als bij veel balsporten, om zo veel mogelijk doelpunten te maken. Kanopolo is een zeer snelle sport, het spel verplaatst zich razendsnel van de ene helft van het veld naar de andere helft. Hierdoor kan bij buitenstaanders de indruk ontstaan dat deze sport erg agressief en gevaarlijk is. Het is echter een relatief veilige sport, blessures komen weinig voor, dit komt vooral door de goede uitrusting (helm met ‘rekje’ en een zwemvest dat als stootkussen kan dienen). De tactiek van kanopolo lijkt enigszins op die van basketbalof waterpolo. Kanopolo wordt zowel indoor in zwembaden, als buiten gespeeld.

Inhoud

  • 1 Spelregels
  • 2 Materiaal
  • 3 Bekendheid
  • Spelregels

Het officiële speelveld bestaat uit een rechthoekige watervlakte van 35 m lengte (zijlijn) en 23 m breedte (doellijn). De doelen aan beide zijden van het veld zijn 1 m hoog en 1,5 m breed, ze hangen op twee meter hoogte boven het water. De bal, was vroeger een waterpolobal, intussen bestaan er speciale ballen voor kanopolo. Een team bestaat uit 5 spelers, allen gezeten in kleine wendbare kajaks. Er kunnen op elk moment drie wisselspelers worden ingezet, het wisselen is alleen toegestaan via de eigen doellijn. Een wedstrijd wordt gespeeld in twee helften van elk 10 minuten met daartussen een pauze van 3 minuten.

Bij aanvang van de wedstrijd liggen beide partijen met hun boot op de achterlijn. Zodra de bal door de scheidsrechter in het spel wordt gebracht door deze in het midden van het veld te gooien, sprinten van beide teams één speler naar de bal, de overige spelers mogen meevaren maar dienen totdat de bal verder gespeeld wordt, minimaal op 3 m afstand van deze speler te blijven. Gespeeld wordt met de hand, of met de peddel. Als een speler in het bezit van de bal is, moet hij deze binnen vijf seconden weer afspelen. Scoren doet men door de bal in het doel van de tegenstander te werpen. De keeper mag het doel enkel verdedigen door zijn peddel te gebruiken. Er wordt gespeeld met een ‘vliegende keeper’, dat wil zeggen: elke verdedigende speler kan de rol van doelman vervullen. Deze moet dan wel met de achterkant van de kano onder het doel liggen om als keeper erkend te worden. Als de bal onderschept wordt door de keeper of een teamgenoot dan is deze keeper weer een gewone speler omdat het team dan geen verdedigende partij meer is.

Eigenlijk mag bij kanopolo heel veel, zolang het maar geen gevaar oplevert voor de tegenstander. Spelers mogen de tegenstander die in balbezit is proberen omver te duwen, echter alleen tegen de schouder of bovenarm. Een speler mag de tegenstander niet in gevaar brengen door met zijn/haar peddel naar de handen van de tegenstander te slaan om de bal in bezit te krijgen. Spelers van de tegenpartij die niet in bezit zijn van de bal mogen maar beperkt worden gehinderd. Een andere belangrijke regel is dat de keeper niet mag worden aangevaren wanneer hij onder het doel ligt, hij zou dan immers het doel niet meer kunnen verdedigen. Overtredingen worden bestraft met een strafschop.

Materiaal

Voor het beoefenen van deze sport is een complete uitrusting nodig. Deze bestaat uit een kano, peddel, polohelm, zwemvest en spatzeil. Bij kanopolo wordt een speciale kajak gebruikt die voorzien is van stompe punten met bumpers. De kano mag maximaal 3 meter lang en 60 cm breed zijn, ze hebben een plat achterdek zodat het mogelijk is om te ondersnijden (een speciale techniek om extra snel te draaien door de achterkant onder water te duwen). Poloboten worden met een zogenoemd spatzeil gevaren, zodat bij omslaan de ‘eskimorol’ mogelijk is. Er zijn slechts peddels met dubbele bladen toegestaan, voor de veiligheid hebben ze geen scherpe hoeken en zijn ze voorzien van dikke randen. De helm en het zwemvest bieden bescherming tegen de bewegende objecten, zoals de kano’s, peddels en de bal.

Voor beginners is het mogelijk om bij kanopoloverenigingen materiaal van de club te gebruiken. Ervaren spelers geven vaak de voorkeur aan beter eigen materiaal met een lichte sterke kano en peddel van carbon. Een complete materiaal set van de beste kwaliteit kost ongeveer 2500 euro. Naast de eigen uitrusting heeft men ook een speelveld nodig. Dit bestaat uit 2 doeltjes, drijvende veldbelijning en een looppad voor de scheidsrechters aan elke zijde van het speelveld.

Bekendheid

Kanopolo mag dan een kleine onbekende sport zijn, het wordt over de hele wereld gespeeld. Om dicht bij huis te blijven: in Nederland zijn ongeveer dertig verenigingen die aan kanopolo doen. Het niveau ligt van zeer laag tot heel hoog, zo werd Nederland op het WK in 2004 in Japan, wereldkampioen bij de heren, de dames hebben het tot de kwartfinales gehaald. Het seizoen voor kanopolo loopt vanaf april tot eind september. Men zou het dus kunnen zien als een echte zomersport. Maar ook in de winter worden er wel toernooien georganiseerd, dit zijn er echter niet veel. Kanopolo wordt het meest in Europa gespeeld, er worden door heel Europa toernooien georganiseerd. Zo’n toernooi duurt meestal een weekend.